De kamers van Dina, de slaapkamer van haar broer en de logeervertrekken hebben stucplafonds in plaats van de typisch 17de eeuwse balkenplafonds in de rest van het huis. De privé vertrekken hebben zo een andere stijl dan de meer officiële vertrekken van het huis. Hier toont het stucplafond putti en bloemranden met onder meer tulpen.
Het privé bezit van Dina blijft in oktober 1901 buiten het faillissement dat de familie treft. Haar kamers zijn dan ook niet gefotografeerd ten behoeve van de veiling. Het is zo niet bekend of Dina de smaak van haar broer volgde of dat zij haar kamers op 19de eeuwse wijze vulde met een bric a brac van stijlen en meubels.
Na het overlijden van Lambert op 1 april 1904 vertrekt Dina naar Wageningen. Vanaf 1905 woont zij in bij haar zuster Adriana in 's-Gravenhage. Daar pakt zij haar beroep weer op en gaat zij ook pianolessen geven. Dina wordt 82 jaar en sterft in maart 1937. Zij is bijgezet in het familiegraf op de algemene begraafplaats Jaffa te Delft.













