13 Gaanderij

E-mailadres Afdrukken PDF
De raampartij in de uitbouw van de gaanderij bestaat uit vijf hergebruikte eiken colonetten met grotesken snijwerk. Op drie colonetten van dit raam is het jaartal 1537 uitgesneden in cartouches.

Verder zijn in Oud Holland nog negen colonetten hergebruikt, verdeelt over drie raampartijen. Drie colonetten vormen een raam aan het einde van de gaanderij en drie korte exemplaren vormen een bovenlicht in de raampartij met luiken bij de trapoverloop. De laatste drie colonetten van de negen vormen een hoog bovenlicht in de vestibule boven het poortje met de gotische 'ezelsrug'. Dit heet ook wel een accoladeboog. Ook deze drie colonetten dragen cartouches met het jaartal 1537.

Onder de ezelrug horen nog twee hoekcolonetten, maar deze zijn gebruikt als staanders voor de toegangspoort naar de trap in de grote hal. Al dit houtwerk - en mogelijk ook de grote architraaf die verwerkt is in de overspanning van de gaanderij - is afkomstig uit het huis Wapen van Ceulen.

Dit renaissancehuis wordt na de stadsbrand van 1536 aan de Koornmarkt gebouwd in opdracht van burgemeester en gasthuismeester Willem Jacobszoon Blinckvliet. Het huis wordt in 1537 opgeleverd.
Het Wapen van Ceulen wordt later gebruikt als graanpakhuis en in 1882 gesloopt.


Wapen van Ceulen

Deze foto toont de ezelsrug met daarboven de drie bijhorende colonetten in hun oorspronkelijke samenhang. De staanders onder de ezelsrug zijn in Oud Holland in het trappenhuis verwerkt. Het raam rechts - boven de tafel - bevindt zich in zijn geheel aan het einde van de gaanderij. Deze foto zou tussen 1875 en 1882 gemaakt zijn door de fotograaf Henri de Louw. Vermoedelijk gaat het hier om het interieur van het huis Wapen van Ceulen. De hele aankleding van de ruimte is typisch 19de eeuws en heeft iets van een showopstelling, speciaal voor de foto.

Het is waarschijnlijker dat het hier gaat om een onderdeel van de 'retrospectieve kunst' opstelling tijdens de Internationale Koloniale Uitvoerhandel Tentoonstelling in 1883 in het Rijksmuseum te Amsterdam. In Eigen Haard (1884) beschrijft D. van der Kellen de opstelling: '(...) werden wij getroffen door het schilderachtige voorhuis van eene zeventiende-eeuwsche taveerne, door het publiek als de kamer van Jan Steen gedoopt (...)' '(...) hoe daar op het witte tafellaken de overblijfselen van het ontbijt van den vertokken gast stonden (...)' '(...) Eindelijk een kamer, een honderd jaar ouder, uit 1537, aan drie zijden van vensters voorzien, samengesteld uit gesnedenhoutwerk, uit een huis te Delft. Fraaier proeven van renaissance zouden moeielijk te vinden zijn dan deze heerlijke kolommetjes, toebehoorende aan den ingenieur Schouten te Delft (...)'.

Tijdens de sloop van het Wapen van Ceulen worden de ezelsrug met de twee dragende colonetten, en 16 colonetten van raampartijen opgekocht door Jan Schouten. Na het maken van gipsafgietsels verkoopt hij de poort en 14 colonetten aan Lambert van Meerten. Hierdoor is dit zéér zeldzame houtwerk grotendeels bewaard gebleven.

Een andere aankoop betreft de vele 16de eeuwse vensterluiken in Oud Holland. De luiken hebben een doordacht hang- en sluitwerk, waardoor de luiken en ramen in diverse combinaties geopend kunnen worden. Alle ontbrekende delen zijn bij de bouw aangevuld. De herkomst is onbekend.

De open ruimte tussen de hal en de uitbouw wordt overspannen door een oude eiken moerbalk, aan weerszijde ondersteund door een sleutelstuk en een console. Deze 16de-eeuwse bouwfragmenten komen uit het voormalige huis Daetselaer te Gorinchem. In de moerbalk zijn nog de vierkante uitsparingen te zien voor de oorspronkelijke kinderbinten. De oude uitsparingen zijn met hout opgevuld. De kinderbinten van het plafond van de uitbouw hebben geen constructieve relatie met de oude moerbalk.

 

 
Share to Facebook Share to Twitter Share to Linkedin Share to Google 

Rondkijken bij Lambert van Meerten

lvm

Klik op de afbeelding voor een panoramafoto (360 graden)